Voor het eerst naar de operatiekamer!!

Mijn belevenissen tijdens mijn eerste opname in het ziekenhuis omdat er een niersteen verwijdert moest worden, die zich genesteld had in mijn urineleider. Ook de JJ katheter moest eruit. Door corona perikelen 7 maanden uitgesteld, met alle begrip voor de situatie. Op 7 april ging het gebeuren!!!!!!:

Het ziekenhuis van Maastricht, het MUMC+ is overbelast. Dat wordt mijns inziens veroorzaakt door mensen die helemaal niet bang zijn voor een griepje dat de naam „Covid-19” draagt, en met dat besluit, enorme onnodige stress en overbelasting veroorzaken. Toch lukt het de organisatie van het ziekenhuis om mij na enkele maanden opschorten nog ergens in te plannen om me van mijn „afgedaalde” niersteen af te helpen. 

Daar lig ik dan!!!! Met mijn doorgaans grote mond. In een unisex hemdje dat niet zou misstaan in de jaren 60 van Mao Tse Tung. Een blauw schortje met plastic drukkertjes, zoals die gebruikt worden op een rompertje voor babies. 

We rijden door de gangen van het ziekenhuis die doen denken aan een soort futuristische fabriek. In mijn fantasie word ik rondgesjouwd door een corridor in een kelder uit een thriller zonder nooduitgang. 

En tot overmaat van ramp werd ik ook nog ontdaan van mijn persoonlijkheid. Alles wat „ik” was werd vakkundig weggemoffeld onder een laken en achter een chirurgisch mond- en hoofdkapje. Die ene tegenligger onderweg had ik zelf kunnen zijn, wij patiënten zien allemaal identiek uit. 

Een béétje persoonlijkheid heb ik nog: mijn gebit, mijn trouwring en mijn ziel! In de hectiek is men vergeten om die in potjes te doen. 

Deze troosteloze visie is ongetwijfeld het gevolg van het gegeven dat deze grote kleine man sinds zijn armbreuk in “negentien-grijs-verleden” geen serieuze behandeling meer heeft gehad, en sinds het wegnemen van de amandelen nooit meer als een weerloos kind in handen van artsen en verpleegkundigen is geweest….. die narcose: ik vond het spannend, ik wilde het graag mee maken  (alweer die amandelloze grote mond), maar onder ons gezegd en gezwegen kriebelt het behoorlijk in al mijn spijsverteringsorganen. 

Dit is niet mijn vrolijkste moment!!!

In deze eindeloze gedachten die in de bovenwereld hoogstens vijftien seconden telden, wordt ik een beetje bevrijd van mijn negatieve gedachten door een uiterst vriendelijke chauffeur die zich, onderwijl mijn bed vakkundig naar de operatiekamer laverend, aan mij voorstelt als:

„Hallo, ik heet Francesca” 

„Hoi, Ik ben Ton Franssen” 

„Ja dat wist ik al, wij zijn bijna naamgenoten: Francesca vervoert Franssen” waarbij meneer Francesca mij de slavengeschiedenis van zijn voorouders vertelt die zijn naam veroorzaakt hebben. 

Dit is het moment dat ik me voorneem dat meneer Francesca later, als ik ooit weer gezond word, chocolade van mij krijgt.

Ondanks het opkomen van een blank schuldgevoel, stelt zijn verhaal me heel erg op mijn gemak. 

Op het eindstation krioelt het van bedrijvigheid. Helemaal anders dan ik mij had voorgesteld, kom ik in een grote ruimte met overal gordijnen en naar mijn gevoel, wel tien operatielampen aan het plafond. In contrast met mijn voorstelling is de operatiekamer veel schemeriger, groter, banaler en hectischer. Ik verwachtte een helder betegelde, met veel rustgevend groen gestoffeerde éénpersoonsoperatiekamer met tien monitoren en honderd slangetjes, in een schijn van hemelse verlichting.  Zo kun je fantaseren!!

In deze garage, in deze reparatieplek van het menselijke lijf, werd keihard gewerkt. Dat voelde je, dat zag je, dat rook je! niet heus maar bij wijze van spreken.  Hier konden zeker zes patiënten tegelijkertijd geopereerd worden. 

Er moest nog wat vocht opgeveegd worden. De aardige interieurverzorger die hiervoor de opdracht kreeg, plopte uit het niets met emmer en dweil tevoorschijn. Deze werknemer leek me enerzijds een aardige man maar had, sorry meneer, het zal zeker aan mijn gemoedstoestand gelegen hebben, desondanks een beetje het voorkomen van een butler van graaf Dracula. Dat paste op dat moment volledig in mijn sfeer.

Ik bedankte me bij hem namens alle patiënten in een poging de hele omgeving op te vrolijken met iets dom-grappigs. 

Deze butler zou ook chocolade krijgen.

Maar dat waren ook al mijn laatste heldere gedachten. Plotseling waren er overal noest werkende en helpende jonge vrouwenhanden. De handen die ik miste waren de donkere handen van meneer Francesca. Die waren nu verdwenen. 

Een deel van mijn laatste persoonlijkheid, mijn trouwring, werd nog gauw vastgeplakt. Mijn gebitsplaatje alsnog in een bekertje, en mijn „ziel in mijn zak” zoals Cornelis Vreeswijk ooit zong.

Iedereen had zich braaf voorgesteld. Waaronder de opererende arts die ik meteen herkende en dat stelde me heel erg op mijn gemak. Voor rest ben ik van alle dames de naam en herkenning kwijt. Een blonde lok hier een mooie stem daar. Het enige dat in mijn hersenen geprint staat zijn de vriendelijke ogen van de anesthesiste die zeiden: „Even goed in en uit ademen” 

Een eveneens jonge nerveus-vriendelijke co-assistente frommelde wat in mijn arm, ik hoorde nog de dialoog dat de naald van het aansluit-stukje voor het infuus niet dóór de ader heen maar met de ader mee moest ingestoken worden. Ik was zo onder de indruk, van zoveel nieuwe omgeving dat ik dacht: doe maar meid, oefen maar!!!

Het ademkapje kwam. Er werd een laatste appèl op mijn dapperheid gedaan om flink in te ademen. „Ja ik voel al………”,……. en weg was ik.

Geen hallucinerende prologen van wilde dromen. Geen witte tunnels, geen Petrus of zwaaiende  maagden, ik was gewoon weg. Echt helemaal weg. Zo moet de dood zijn. Ik was niet meer hier. Zoals een constante „fase4slaap”. Van alle gebeurtenissen die in deze tijdloze periode volgden heb ik geen enkele weet. Het verhaal daarvan is zeker wel beschreven in vele chirurgische handboeken en scripties. Was het een routineklus, of had mijn lichaam nog iets verrassends te bieden? Ik zal er nooit achter komen. Ik was 1000% niet hier.   Weg,     „Weg vom Fenster”, en…..

….toen werd ik gewoon wakker. 

Totaal saaie inleiding en uitloop dus van deze narcose. Totaal onspectaculair:                Wakker…….        Niets…..       Weer wakker. 

Eéntiende seconde lang was ik een beetje  teleurgesteld dat er geen fantastische visualisaties van wat dan ook waren geweest. 

Maar dat maakte in een oogwenk plaats voor een enorme berg dankbaarheid jegens de anesthesiste en haar co-assistente. Hoe kun je je werk beter doen dan dat de patiënt de narcose beleefd zoals hierboven beschreven.  

Mijn voornemen staat vast: Ook zij zouden zeker chocolade krijgen.

Het „gewone wakker” was wel nog zeer oppervlakkig. Vraag me nu niet meer waar ik precies mijn ogen open deed. Het eerste wat ik vreemd genoeg bemerkte was dat mijn gebitsplaatje weer op zijn plaats zat. Mijn persoonlijkheid was weer terug!!! “Yeeehhh!!!!” Raar dat uitgerekend deze prothese die ik missen kan als kiespijn, op dat moment zo sterk het symbool was van mijn persoonlijkheid. Terwijl het juist NIET van míj́ is.

Maar het besef van de aanwezigheid van dat stomme gebitsplaatje was plotseling de oorzaak dat een imaginaire deken van warmte en geborgenheid over mij neerdaalde.

Het idee, dat men mijn hulptanden  zo liefdevol vanzelfsprekend teruggezet had, werd in mijn gedachten allesoverheersend, en dit beeld triggerde een zalig gevoel van oneindig liefdevolle zorg en bescherming voor mijn persoontje.

Ik stel bij deze vast dat mijn romantische ader, mijn emotie-geheugen en de rechter hersenhelft met zijn gevoel en fantasie, het eerste is, dat weer actief wordt na een narcose.  Dat had ik me namelijk al afgevraagd.

Ik had nu aan eigen lijf dezelfde eindeloze liefde voor de medemens ervaren, zoals ik daar regelmatig getuige van was als ik naar mijn voorkeur-slaap-programma op tv: ”Ambulance” keek. 

Maar nu als hoogsteigen ervaring in mijn geheugen gegrift, ik zal het nooit meer vergeten!

Ik duizelde nog steeds door van emoties: De zorg van dit hele team, vanaf de eerste seconde bij binnenkomst in de „HOLDING” tot het verlaten van de verpleegafdeling op een stoel met wieltjes, overgedragen aan mijn eigen echtgenote. Dat machtige gevoel van veiligheid! Allen die zo bezorgd om mij waren, en zo vriendelijk, en mij nu van mijn ellende verlost hadden.

Of u m33ij geloofd of niet, ik had de tranen in mijn ogen. Ik was door dit alles overweldigd. 

Langzaam werd mijn linker hersenhelft ook wakker: 

Uit het niets werd ik plotseling zo boos op mensen die hun handen niet thuis kunnen houden jegens zorgpersoneel, dat ik ze bijna gun, dat als ze in het ziekenhuis belanden, het zorgpersoneel WEL hun handen thuis houdt. Ik werd zo boos op de politiek dat het zorgpersoneel zo weinig verdient dat ik de politici net zo’n lange wachtlijst gun als ikzelf. Ik wordt zo boos als ik lees dat het zorgpersoneel een „motivatiebrief moet schrijven om in aanmerking te komen voor die beloofde € 500 extra. Ik word zo boos over bepaalde mensen die niet „geloven” in pandemieën en daardoor zoveel onrust en overuren veroorzaken, dat ik ze een enkeltje naar hun beloofde land „Brazilië” gun.

Geen chocolade voor deze mensen!!!!

Hierna gaat het snel. 

Ik word naar een verpleegafdeling gebracht. Eerste prikkeldraad-bloed-plassen. Veel gedachtes worden nu verdreven door het eerste drinken en de namiddagmaaltijd: Boterhammetjes van gemiddelde smaak die om hygiënische redenen zo koud zijn dat veel warme gevoelens nu wegsmelten en plaats maken voor wereldse gedachtes, zoals: Mijn vrouw bellen, Oh, ja, de trouwring!! Yep die is er nog. Plasfles vragen voor een tweede prikkeldraadplassen. Er worden regelmatig echoscopieën gemaakt om te controleren hoeveel plas er weg is en bijkomt. 

Ook de verpleegsters m/v hier, hebben alles onder controle. 

Twee zakjes chocolade voor deze afdeling!!!!

De afdeling waar ik nu lag was wel hilarisch te noemen.  Allemaal mannen met plasproblemen.

Of zoals mijn eerste uroloog zij: we zijn eigenlijk de loodgieters van het ziekenhuis. Nou dan lagen daar allemaal mannen met problemen met hun sifon. 

Daar ons slechts wat dunne hygiënisch verantwoorde ziekenhuis-gordijnen scheidden, ben ik nu volledig bijgespijkerd betreffende masculiene urinale ontlastingsproblematiek. 

Last but not least: Natuurlijk een “Dank je wel” voor het eigenlijke operatie team. Dat zijn de mensen die het eigenlijke werk gedaan hebben, die mij uiteindelijk van mijn loodzware natuurniersteen verlost hebben. 

Ha, mijn humor is terug!! 

Ik kan inmiddels verklappen dat alles het inderdaad „weer doet”

Hun kennis en inzet heeft me weer een gezond mens gemaakt. Maar veel meer dan dat. Want ik heb geleerd dat als er ook maar iéts hapert aan je lichaam, zeker als dat rond je pensioenleeftijd gebeurt, het is alsof een labeltje aan jou plakt, waarop staat …„bejaard”….. „oud”…”versleten”…” Dit hele gebeuren geeft je de overtuiging dat je zeker niet oud wordt. Ook dit gevoel is weg-geopereerd. Nu kan ik weer zingen: Lang zal ik leven!! Beter nog: Lang zullen ze leven!!!!

Ook voor dit team moet er dus flink wat chocolade komen.

Der Tuen

Ton Franssen

4 gedachten over “Voor het eerst naar de operatiekamer!!”

  1. Leuk indringend verhaal Ton! Is ook niet niks als je ineens zo overgeleverd bent aan een vreemde groep mensen! Die goed blijken te zijn…😊
    Fijn dat je dit overleefd hebt!

  2. Wat schitterend geschreven. Maar het belangrijkste is natuurlijk dat de leiding weer open is. Goede loodgieter dus😜

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *